|
Geen dag, geen uur is het licht hetzelfde maar hoe weinig neem je ervan waar. Je zou vaker stil moeten staan en kijken naar hoe het licht zijn werk doet. Tijdens een langdurig verblijf in Ierland raakte Marnix Carpentier Alting gefascineerd door het spectaculaire licht aan de Atlantische kust. In Ierland wordt het besef van het veranderende licht je constant opgedrongen. Water en lucht aan de Ierse westkust zijn ideale lichtvangers. Ook zijn er uitgestrekte gebieden zonder objecten die menselijke aanwezigheid verraden en het beeld manipuleren. Alleen een kleine eilandengroep zorgt soms voor een lichte articulatie. Licht zelf heeft er vrij spel. Het bracht de kunstenaar op het idee om vanuit een vast punt een serie opnamen te maken van dit bijzondere licht. Kort daarna realiseerde hij zich dat hij eerder iets dergelijks had gedaan - zonder een bepaald doel. Al jaren was hij bezoeker op een Frans landgoed en door de seizoenen had hij een bizar-precieze serie gemaakt door vanuit een raam telkens hetzelfde stukje bos te fotograferen. Ook hier ging het om wat het licht deed met het bos. Licht is voor Alting een onbegrijpelijk en mysterieus fenomeen. Je kunt het niet uitleggen, wel vastleggen. Het zichtbare deel van 'The Book of Light' bestaat uit een serie in elkaar overvloeiende fotografische projecties. Die vormen een geschakeld beeld van licht op drie locaties: een Kartuizer klooster te Padula in Zuid-Italië, een bos in de Franse Dordogne en een eilandengroep voor de westkust van Ierland. De opnamen zijn niet op vaste tijden gemaakt. De kunstenaar was maandenlang aanwezig en zat constant op het vinkentouw. Ook ´s-nachts fotografeerde hij, met maanlicht en ook een aantal malen met het groenige bliksemlicht. Het is niet alleen licht dat hoort bij drie locaties maar het zijn ook drie schilderslichten. De Ierse opnamen zijn gemaakt van september 1998 tot mei 1999 op het eiland Dursey. Alting verbleef tien maanden op dit schrale eiland. De op een rotsblok verankerde camera, in een enkel geval windstoten trotserend van 190 km/uur, was gericht op het noorden en registreerde het licht dat de atmosfeer binnenvalt en terechtkomt op wolken en water. Dit was het neutrale licht in al zijn puurheid: het licht dat we zien op de schilderijen van Turner. De opnamen van het bos in de Dordogne strekken zich uit over zeker tien jaar en ook hier is een gefixeerd camerastandpunt gekozen. Deze keer ging het niet om het neutrale licht. De bomen brengen hun eigen kleuren mee, in feite verkleuren ze het hele jaar door. Deze beelden refereren aan Cézanne en Monet, die eindeloos dezelfde onderwerpen schilderden - alleen het licht is iedere keer anders. Bij de opnamen in het Kartuizer klooster in Padula (september-november 1999) bewoog de camera zich om de binnenplaats. Hier ging het om licht dat valt op een menselijke architectuur, een theatraal licht. Je ziet het op Renaissance-schilderijen. Het decor is daar meestal een gebouw. Soms valt daglicht door een vreemd gat een paleis binnen. Dit soort licht zie je later zo fraai bij Caravaggio. 'The Book of Light' is gemonteerd uit tweehonderddertig beelden die geselecteerd zijn uit duizenden opnamen. De opnamen worden in hun oorspronkelijke staat geprojecteerd. Ze zijn volgens één standaard belicht en er is geen enkele filtering of andere beeld- of kleurmanipulatie op toegepast. Er wordt geprojecteerd met de originele films om kwaliteitsverlies bij reproductie te voorkomen. Zo ontstaat een beeldkwaliteit die met elektronische middelen niet haalbaar is. De mens is niet zichtbaar aanwezig in beelden maar soms horen we een stem die een brief voorleest. De stem is gefrappeerd door lichtwaarnemingen en vraagt zich af of andere mensen ook zulke dingen ondergaan. Het lijkt of het niet voor het publiek bestemd is. De tekst is gebaseerd op een brief van Alting waarin hij opgewonden vertelt over zijn achtervolging van het licht. De tekst die we horen is verwoord door Chrétien Breukers. De muzikale interventies zijn gecomponeerd door twee componisten; de ene gebruikt akoestische middelen, de andere elektronische. Anton Havelaar componeerde voor strijkorkest, uitgebreid met harp, celesta, piano en percussie. Marc Verhoeven componeerde elektronische muziek maar gebruikte als bronmateriaal één menselijke stem: het zou het geluid kunnen zijn dat rondzingt in het hoofd van de briefschrijvende waarnemer. Vergeleken bij 'The Book of Light' is het eerdere werk van Carpentier Alting narratiever. In 'Ley Lines' (1984) zien we de ontwikkeling van de mens van holbewoner tot ruimtevaarder aan de hand van hoe hij zijn horizon waarneemt, een ontwikkeling die parallel gaat met de ontwikkeling van de schilderkunst. 'Chittenden Hotel' (1988) gaat over de mysterieuze vondst van een dode vrouw in een hotel, gemaakt naar aanleiding van een krantenbericht. 'Minotaurus' (1989) is gebaseerd op de Griekse mythologie, 'Hermetisch zwart' (1990) gaat over het dilemma van Galileo. 'Another End, Again' (1992) is geïnspireerd op het werk van Samuel Beckett en toont een vrouw in een getekende ruimte. Zijn voorlaatste serie 'Sonetto, Gravity, Radium' maakte hij in 1993 naar aanleiding van brieven van Michelangelo, Newton en Madame Curie. Het zijn korte series van twee minuten elk. Marnix Carpentier Alting is een van de laatsten die werkt met de techniek die vroeger ´band-diaserie´ heette: een serie in elkaar overvloeiende beelden, gekoppeld aan een soundtrack.
– Carel Alphenaar |
Muziek: Anton Havelaar, Marc Verhoeven
Productie: Alessio Cavallaro
Marnix Carpentier Alting, 1957, Den Haag (Nederland)
Woont en werkt in Amsterdam (Nederland)
|
|