De mogelijkheden van digitale en elektronische technieken worden in video nog vrijwel uitsluitend gebruikt binnen het traditionele denkraam van de film. In zijn essay 'Composing Images' geeft René Beekman hier een scherpe analyse van. Een vis op het scherm wordt nog steeds geïnterpreteerd als een vis, terwijl het in werkelijkheid niets meer is dan een stroom digitale data c.q. beeldlijnen. In de schilderkunst is dit al sinds de jaren '20 (!) van de vorige eeuw een geaccepteerde notie; denk aan René Magrittes schilderij 'Ceci n'est pas une pipe'. Ook de werkwijze en de software van digitale video laten nog steeds een manier van denken zien die gebaseerd is op film: virtuele plakpersen waarmee je virtuele filmstroken monteert. Beekman verzet zich daartegen en sluit zich aan bij pioniers als Steina en Woody Vasulka. Met zijn antinarratieve werk wil hij laten zien hoe beperkend deze manier van denken is. Er opent zich een wereld van mogelijkheden wanneer men die oude uitgangspunten verlaat en gaat werken vanuit de objectieve eigenschappen van het medium zelf. Video heeft voor Beekman veel meer gemeen met muziek dan met film. Dat geldt niet alleen voor het maakproces, dat te vergelijken is met het componeren van muziek, maar ook voor het gereedschap. Op dit moment is de meest vernieuwende software voor digitale video voornamelijk afkomstig uit de hoek van de elektronische muziek, waarin geluid uitsluitend beoordeeld wordt naar zijn fysieke eigenschappen. Beekman benadert zijn materiaal op dezelfde manier: hij selecteert beelden op hun licht- en kleurintensiteit, hun vormen en hun temporale ontwikkeling. Ze verwijzen dus niet naar het object waarvan ze afstammen, en al helemaal niet naar alle connotaties die daar weer aan kleven. In dit opzicht voert Beekman het principe van Lemmertz en Kvium nog veel verder door: in 'The Wake' vermijden zij elk gebruik van woorden wegens de sturende interpretatieve werking ervan. Digitale video en elektronische muziek maken beide intensief gebruik van de computer. In hoeverre kan de software die voor het ene medium ontwikkeld werd, worden toegepast op het andere medium? Samen met muzikant en componist Bruce Gremo heeft Beekman de mogelijkheden hiervan onderzocht. Ze ontwikkelden een instrument met drie computers, waarop ze improviseren met behulp van een grote hoeveelheid digitale bewerkingsstrategieën. Het basismateriaal hiervoor bestaat uit vooraf opgenomen beeld en geluid, dat eerst als digitale data werd ingevoerd in de computer en vervolgens in een aantal stappen, met steeds nieuwe bewerkingen, geheel getransformeerd werd. Tijdens de performance bespeelt Beekman de computer van het visuele instrument en Gremo die van het audio-instrument; beide computers importeren en genereren een stroom van control data. Een derde computer fungeert als interface tussen de twee performers en is tegelijkertijd de control hub (het besturingscentrum). Met dit systeem kunnen Beekman en Gremo al improviserend geheel nieuwe geluids- en beeldconcepten laten ontstaan. De performance kan een soort spel worden: de audioperformer kan bijvoorbeeld de data van een melodische lijn versturen om de kleuren van het beeld te beïnvloeden. De videoperformer kan dit verwerpen en de data vervormd terugsturen, of hij kan een reeks kleurdata versturen om het ritme van de muziek te veranderen. Maar je kunt het ook beschouwen als een voortdurende kruisbestuiving tussen de domeinen van videodata, audiodata en controldata. Door control-routing en inter-routing worden deze domeinen constant opnieuw gedefinieerd: videodata worden controldata, audiodata worden videodata enzovoorts. Gezamenlijk creëren ze zodoende steeds nieuwe oppervlakken of tomografieën van hun interface - een proces waarin ze voortdurend opnieuw leren de controle te verliezen.
René Beekman, 1968, Apeldoorn (Nederland)
Woont en werkt in Amsterdam (Nederland)
Bruce Gremo, 1956 (Canada)
Woont en werkt in New York (USA)
– Lies Holtrop
|
|