Micha Klein was in 1986 zeer vroeg met zijn keuze voor de computer als instrument voor zijn kunstenaarschap. Na de obligate 'beeldsoep'-experimenten, die vrijwel iedere beginnende computerkunstenaar doorloopt, ontwikkelde hij al vrij snel een opvallende eigen stijl, beïnvloed door de beeldtaal van computerspelletjes. Deze beeldtaal bestaat uit een wereld van gladde, virtuele landschappen, bevolkt met smartie-achtige smileys, glanzende bloemen, helrode, bolle harten en andere felgekleurde en vrolijke figuurtjes als Pilman, een dansend pilletje met grote ovalen ogen, en een fotografische reclamewereld met over-the-top geperfectioneerde, glossy modellen. Soms mixt hij beide door elkaar. Qua sfeer, en soms qua uitvoering, doet Kleins werk wel denken aan het 'always happy, always smiling'-werk van Jeff Koons. Voor Klein is het belangrijk zijn werk op verschillende podia te tonen: in tijdschriften, discotheken en kunstinstellingen. 'Virtualistic Vibes' (1995), een serie prints waarin hij voor het eerst fotografische beelden in zijn virtuele werelden monteerde en dus de 'echte' wereld combineerde met de digitale, verscheen in tijdschriften voor de serie door zijn galerie werd verkocht. De poserende fotomodellen waren echter zo zwaar met de computer bewerkt, dat ze even kunstmatig leken als hun omgeving. In 1993 was Klein een van de eerste Nederlandse VJ's. "Galeries en musea vond ik zo'n suffig gebeuren. Anderhalve koeienkop kwam kijken en niemand die iets kocht. In discotheken sta je tussen 1500 man van je eigen generatie en heb je tenminste directe feedback. Als kunstenaar heb je op die manier een podium, wat onontbeerlijk is als je je werk levend wilt houden", aldus Klein. In overleg met de DJ kiest hij vooraf een thema dat in de eigen studio wordt voorbereid. Ter plekke op de party of in de discotheek kiest hij, afhankelijk van zijn eigen stemming en die van het publiek, welke beeldsequenties worden afgespeeld. Om muziek en beeld beter op elkaar af te stemmen, zet Klein ook wel geluid onder zijn tapes. Zowel voor die animaties als voor de presentatie daarvan worden steeds de allerlaatste hard- en software ingezet. Ook zijn nieuwste animaties, zoals een trio wuivende bloemen, een grijnzende zon en een gelukzalig kijkend duveltje-uit-een-doosje, zijn eenvoudig ogende, strip-achtige figuurtjes. De videoritmes die Klein hiermee componeert, zijn echter veel complexer en hallucinerender dan voorheen. In tegenstelling tot vroeger, toen de figuurtjes vrolijk heen-en-weer wiegden tegen een eenduidige achtergrond en het beeld dus in feite uit twee lagen was opgebouwd, is er nu sprake van vele verschillende lagen die doorschijnen, oplichten, breken, uit elkaar spatten en doorlopend heen en weer vibreren op de manier waarop de iris van een oog reageert op licht: ze krimpen en expanderen, krimpen en expanderen. Ook qua kleur zijn de beelden veelzijdiger en verfijnder dan voorheen. Het effect van het totaal is hypnotiserend, als de werking van een stroboscoop. De beat die de beelden begeleidt, is bijna niet meer nodig voor hun hallucinerende uitwerking; Kleins tapes bevatten voldoende visuele beat. Nieuw is dat hij nu ook in zijn werk als VJ realiteit en fictie combineert. Werden voorheen alle animaties door hemzelf gemaakt, nu combineert hij ook zijn computergegenereerde animaties met fotografische beelden, zoals wolkenkrabbers en andere grootstedelijke taferelen – wel bewerkt met de computer uiteraard. En opnieuw is het alsof zijn innerlijke wereld samensmelt met de uiterlijke tot een groot happy-trip gebeuren. Voor de VJ-presentatie die Klein tijdens het World Wide Video Festival laat zien, componeert hij deze nieuwe beelden en gerecyclede 'oude' motieven tot een nieuwe mix. Acht projectoren werpen verschillende beelden op de drie grote schermen van zijn opstelling. Het publiek staat middenin dit vibrerende, twee uur durende 'Universal love'-gebeuren.
Ineke Schwartz
|
Micha Klein ° 1964, Harderwijk (Nederland)
Lives and works in Amsterdam (Nederland)
|
|